De FvD-politicus Gideon van Meijeren is in hoger beroep vrijgesproken van opruiing. Hieronder mijn duiding van de zaak.
Bekijk deze post op X: https://x.com/Sid_Lukkassen/status/2029561798584676500
Omdat deze tekst, die vragen behandelt waarmee de verdediging in de rechtszaak werd voorbereid, van blijvende waarde is, zowel voor het heden als de toekomst, is hij hieronder gepubliceerd.
U kunt Sid steunen via BackMe – mijn dank is groot! En het is broodnodig. (kopieer en plak het adres in de browser indien hyperlink het niet doet) –> https://sidlukkassen.backme.org
Deze vraag doet ons nadenken over de inhoud van deze drie begrippen, en brengt ons naar de klassieke politieke filosofie. Beroemd zijn de standbeelden van ‘Tirannendoders’ Harmoditus en Aristogiton: zij stonden symbool voor de tegenstellingen tussen heersers en het vrije volk. Karl Popper schrijft in De open samenleving en haar vijanden (1945) dat Socrates veroordeeld werd door het democratische regime van Athene omdat hij zich ophield met enkele van de dertig tirannen, die een aristocratisch regime met Spartaanse steun voorstonden.
Dit brengt ons op de vraag wat een goede burger is. Mag de goede burger ook kritische vragen stellen aan het regime waaronder hij leeft? Als een goede burger ook een patriottische burger is, dan is de burger loyaal aan zijn vaderland. Wat het dan betekent om een ‘goede burger’ te zijn, verschilt per regime – een goede burger in Hitlers Duitsland, is iets anders dan een ‘goede burger’ in zeg Nederland anno nu. Terwijl een ‘goede burger’ relatief is ten opzichte van de vorm van het regime, is een ‘goede mens’, iets meer universeels. De goede mens houdt niet alleen van zijn vaderland maar verlangt óók dat het regime waaronder hij leeft, mensen op een universele manier goede mensen laat zijn. In het goede regime vallen de ‘goede mens’ en de ‘goede burger’ samen, aldus Leo Strauss.[1]
Via deze weg hebben we een inham gemaakt in het complexe begrip ‘kwaadaardigheid’. Het kwaad verwijst naar een universele moreel beginsel, terwijl het tirannieke en het totalitaire verwijzen naar de specifieke vorm van het regime en naar de wijze waarop het regime de macht uitoefent.
We kunnen zeggen dat in Nederland mensen gedurende de coronaperiode werden aangespoord om elkaar te verklikken bij het niet naleven van de eisen die het regime stelde. Er werd een avondklok ingevoerd terwijl de ministers wisten dat de juridische basis hiervoor wankel was.[2]
Hiermee mondt het antwoord op deze vraag uit in een tweesporenbeleid: ten eerste, de tirannieke en/of totalitaire tendensen die waarneembaar zijn bij de Nederlandse overheid. Ten tweede, de vraag naar wanneer een regime ‘kwaadaardig’ kan worden genoemd en de beschouwingen die nodig zijn om een universele grondslag voor een moraal te bieden. In het boek Atheïsme als basis voor de moraal (2013), doet de Vlaamse liberaal Dirk Verhofstadt een poging om zo’n definitie te bieden:
“Overleven is de boodschap, maar niet elk middel om te overleven is ethisch aanvaardbaar. Het gaat om overleven zonder dat men anderen schade berokkent of waarbij men in extreme omstandigheden zichzelf opoffert voor de anderen. Een klassiek voorbeeld is dat men bij een schipbreuk eerst de vrouwen en kinderen in de reddingssloepen laat plaatsnemen. Het gaat om overleven met zo weinig mogelijk lijden voor zichzelf en voor anderen. Op die manieren komen we tot een seculiere basis van de moraal. Het gaat om het universeel verzet van mensen tegen het onvrijwillig ondergaan van pijn.”[3]
Deze definitie, hoewel ze veel omvat, is mogelijk nog te beperkt. Verhofstadt benoemt pijn die onvrijwillig wordt ondergaan, maar als een mens op dat punt staat, kan het zijn dat er door externe krachten op diegene is ingewerkt, waardoor een vermijdbare pijn alsnog vrijwillig wordt ondergaan. Dit zien we bij zelfmoordsekten en terroristische martelaren, die aan vormen van hersenspoeling zijn blootgesteld. Ook hier speelt de overheid een rol, bij het bestoken van mensen met doembeelden die offers en lijden vragen van het individu om het doemscenario te voorkomen.
Het tot stand brengen van een dergelijke hersenspoeling vergt een grote invloed op het gevoelsleven van de doorsnee burger en dit brengt ons op het totalitarisme. In The Origins of Totalitarianism (1951) geeft de filosofe Hannah Arendt een omschrijving van totalitarisme.
Het leven in een totalitair regime staat onder een aanhoudende druk van terreur, geweld en intimidatie. Angst is een bepalend mechanisme om de macht te behouden. Totalitaire bewegingen willen massa’s mobiliseren en wakkeren tegelijk wantrouwen aan tussen burgers. Miljoenen staan op, maar elk individu is geïsoleerd en verhoudt zich direct tot het regime. Daarbij verliezen andere organisatievormen als ‘maatschappelijke buffers’ hun bindende kracht.
Totalitaire regimes zijn geordende systemen die mensen een overzichtelijke, dikwijls eenduidige wereld beloven en daarmee de reële wereld van pluriformiteit en ‘rafelrandjes’ laat verdwijnen. Het totalitarisme werd mogelijk door het falen van de zojuist omschreven buffers en het vervangen daarvan door bureaucratische processen: individuen vormen niet langer vanuit autonomie een gemeenschap, maar vanuit isolatie een massa. Leiders eisen loyaliteit op straffe van totale uitsluiting.
Terugkerend tot het punt of er sprake is van ‘kwaadaardigheid’, en waar we dan een ankerpunt vinden om er in een universele zin een uitspraak over te doen. Dat ankerpunt vinden we in de Oudgriekse mythe over Kreon, verteld in de tragedie Antigone van Sophocles (496 v.C.). Kreon veroordeelt Antigone ter dood omdat ze het lichaam van haar broer op een eervolle wijze heeft begraven terwijl dit door Kreon als machthebber verboden was. De tragedie stelt de vraag of de menselijke wetten heersen over de goddelijke, of omgekeerd, en biedt zo het eerste aanknopingspunt voor een mensenrecht als een universele verworvenheid.
Passen we dit toe op de coronaperiode, dan zien we de vergelijking met mensen die vanwege de maatregelen, geen afscheid konden nemen van ouderen, die hun laatste dagen doorbrachten, geïsoleerd van hun familie in verzorgingstehuizen. Leggen we er wat artikelen naast van de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’, dan zien we negatieve ontwikkelingen.
“Artikel 3: Eenieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.”[4]
Dit artikel wordt in het gedrang gebracht door uitspraken van Hugo de Jonge, die onder meer stelde te weten waar de ongevaccineerden wonen, en beweerde “artsen op hun vestjes te willen spugen”, wanneer deze artsen vanuit hun beroepspraktijk een andere visie hadden op de maatregelen dan hij.
“Artikel 7: Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.”[5]
Een gevaarlijke gek drong het huis binnen van Wybren van Haga – destijds Kamerlid. Hier werd nauwelijks wat op uitgedaan, terwijl iemand die aanbelde bij minister Kaag om een kritisch gesprek te voeren, wél werd opgepakt en vastgehouden. Deze gang van zaken plus de speech, maakt barsten in onze rechtstaat zichtbaar. Het komt erop neer dat het kabinet kan doen wat het wil, terwijl onze volksvertegenwoordigers vogelvrij zijn. Uitgeleverd aan volksmenners en aan elke eenzaat die vervolgens meent Nederland van een ‘nieuwe Hitler’ te moeten bevrijden.
Als u denkt dat dit te dramatisch klinkt, sta dan stil bij het volgende. Het aandringen bij grote techbedrijven, bij de monopolisten van de grote platforms waar het publieke debat plaatsvindt, om oppositiegeluiden uit te zetten onder het mom van “verantwoordelijkheid nemen”, zoals minister Yesilgöz doet in haar inmiddels beruchte H.J. Schoo lezing, hoort niet bij een functionerende rechtsstaat.[6] Want juist de minister van Justitie en Veiligheid is aansprakelijk voor de veiligheid van de volksvertegenwoordigers die door zulke frames juist worden bedreigd. Ja, ze noemde de Kamerleden die door kiezers zijn aangewezen om haar te controleren “extreemrechts”. En ja, ze zei dat burgemeesters en techreuzen moeten zorgen dat zulke stemmen van het digitale dorpsplein worden verwijderd.
Hiernaast is er nog een veelvoud aan aspecten die tekenen dat Nederland het risico loopt om af te glijden naar het totalitaire – neem nu de discussie over CBDC en de digitale identiteit: methoden om een volk te kunnen aansturen op basis van surveillance en controle. Waarbij duidelijk is geworden dat het parlement hier geen invloed meer op heeft.[7] De Kamer wordt overigens steeds vaker voorbij gespeeld: zie ook het dossier van het pandemieverdrag.[8] Minister Dijkstra geeft te kennen dat het kabinet, tegen de uitdrukkelijke wens van een Kamermeerderheid in, toch zal instemmen met het pandemieverdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Daarmee legt de minister een aangenomen motie van Kamerlid Mona Keijzer naast zich neer.
Hoewel dit antwoord op de eerste vraag al véél te lang is – begrippen als tirannie, totalitarisme en kwaadaardigheid zijn immers verslepende concepten die vragen om onderbouwing en toelichting, zéker als je ze wil koppelen aan het huidige landsbestuur en de actualiteit – moeten we benadrukken dat het model van surveillance en controle niet overdreven is en wel degelijk in Nederland van kracht is. Op 21 maart 2018 werd over de sleepwet (WIV) gestemd per referendum en hoewel het volk deze wet afwees, werd hij van kracht, met inbegrip van een toetsingscommissie (tib) die toeziet op de geheime diensten. Helaas constateert Bert Hubert, voormalig tib-lid, dat “Met evidente onjuistheden de onoprechte diensten (AIVD en MIVD) proberen om nieuwe enge wetgeving door de Tweede Kamer te jassen, het doel is om uiteindelijk het hele land te kunnen afluisteren.”[9]
De voorbeelden en ontwikkelingen benoemd in de beantwoording van de vorige vraag, maken dat deze vraag wat beknopter te beantwoorden is. Dat geweld en intimidatie een belangrijk onderdeel zijn van totalitarisme, is bij de beantwoording van de vorige vraag reeds toegelicht. In Nederland is het buitensporige politiegeweld tijdens de coronademonstraties bijzonder tekenend, evenals de laconieke reactie van het kabinet op dit geweld. “Vandaag is mijn afsluitende brief aan het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken gepubliceerd”, twitterde de Zwitserse VN-mensenrechtenrapporteur Nils Melzer op 30 mei 2022. “De deadline van 60 dagen is verlopen zonder enige reactie van de overheid.”[10] Nederland lijkt dus al een eindje op weg in dit proces.
Velen lijken te denken dat het communisme in het Westen dood en begraven is. Niets is minder waar! In drie ontwikkelingen zien we hoe de doelen van het communisme worden uit gerold. Dit gebeurt via de compartimentalisering van het individu, de herverdeling van welvaart en een planmatige, centrale aan sturing van de economie. De maatregelen rond het indammen van corona, het aanjagen van een ‘groene’ economie en de beheersing van ons informatieverkeer door techreuzen, werken bedoeld of onbedoeld in deze richting – zij versterken elkaar! Compartimentalisering wil onder andere zeggen dat je zekere delen van je opinie en je (politieke) identiteit moet verdringen en verbergen, omdat je anders op maatschappelijke uitsluiting stuit.
In haar boek The Origins of Totalitarianism benoemt Hannah Arendt dat totalitarisme zich makkelijk in de samenleving kan verspreiden en maatschappelijk verankerd kan raken, zonder dat een groot deel van de bevolking – het bepalende deel – dit opmerkt vóórdat het te laat is. Dit maakt van totalitarisme een per definitie omstreden onderwerp waarbij er altijd een spanning blijft tussen de meerderheid, en een wakkere minderheid van de bevolking. Het probleem is echter dat ten tijde van Hannah Arendt – met de Holocaust vers in het geheugen en de voortdurende dreiging van de Sovjet-Unie – er in de Westerse wereld meer welwillendheid was bij de maatschappelijk dominante instituties, om deze zorgen van de vocale minderheid serieus te nemen als politieke factor.
Vandaag lijkt de waakzaamheid ten opzichte van totalitarisme te zijn losgelaten, evenals alertheid tegenover de subtiele wijze waarop totalitarisme maatschappelijk geaccepteerd kan raken – zie het boek Brave New World (1932) van Aldous Huxley maar ook het meer recente The Circle (2013) van Dave Eggers. Er is enkel angst voor de conservatief-autoritaire staat in de vorm van het huidige Russische regime. Voor de subtiele, indringende en subversieve kanten van totalitarisme is geen aandacht meer omdat deze aspecten worden overschaduwd door het even brute als resolute optreden van het Russische regime in de huidige Oekraïne oorlog.
Hierbij moet ten eerste worden opgemerkt dat het uit beeld raken van deze aspecten, reeds gaande was onder de deken van de coronamaatregelen. Daarbij was het niet in het belang van de Westerse regimes om te worden herinnerd aan gelijkenissen met de eerdere totalitaire bezetter. Dit kwam duidelijk naar voren bij het debat over de avondklok, die in de Nederlandse context een sterk negatieve connotatie heeft die verwijst naar de Tweede Wereldoorlog.[11] Niettemin koos het kabinet voor dat middel, zoals in de vorige deelvraag toegelicht. Ten tweede is het verschuiven van deze aandacht – en van de verschuivende karakterisering van het Russische regime – wellicht ingegeven vanuit politiek gemotiveerde rancune onder Westerse progressieven: links is verbolgen omdat Rusland het communisme heeft losgelaten en sindsdien een conservatieve cultuurpolitiek omhelst.
Dan komen we op het speuren naar aanwijzingen of óók Nederland op weg is richting totalitaire praktijken. Laten we, om een diachroonvergelijking te maken, een blik werpen op de Sovjet-Unie. “Begin november 1929 kondigde Stalin aan met de collectivisatie te starten en de klassenstrijd te intensiveren. De staat richtte zich tegen de koelakken, die hij als klasse wilde uitroeien. Er werd een begin gemaakt met de collectivisatie van het land, waarbij al het land in collectieve boerderijen (kolchozen) werd ondergebracht. Het resultaat was rampzalig. De productie stortte grotendeels ineen. De veestapel halveerde in enkele jaren tijd. In 1931 en 1932 heerste er grote hongersnood die miljoenen slachtoffers eiste.”[12] De auteurs van dit historische overzicht, P.A.J. Caljé en J.C. den Hollander, merken op dat de Russische landbouw nooit volledig herstelde.
Donkere wolken doemen op als we onder ogen zien dat ook in Nederland de veestapel kan worden gehalveerd.[13] In Gelderland is dit waarschijnlijk.[14] Anders dan in de Sovjet-Unie, wordt hier niet met collectivisering gewerkt, maar met Natura2000 criteria en uitstootnormeringen. De ‘Green Deal’, voorbereid onder Frans Timmermans als Eurocommissaris, lijkt sterk op een communistische planeconomie. Stalin zou er zijn vingers bij aflikken. Een bekende uitspraak van Stalin is: hij die bepaalt waar en wanneer het voedsel de stad binnenkomt, is de heerser van de stad.
Rutte studeerde geschiedenis en is dus bekend met de Hongerwinter. Waarom brengt hij de voedselvoorziening van het Nederlandse volk in gevaar? Moeten wij per se uitgaan van goede motieven van leiders? Hitler wilde dat zijn volk leed. Stalin wilde dat zijn volk leed. Saddam Hoessein wilde dat zijn volk leed. Dit had verschillende redenen. Uit wraak op het volk omdat Duitsland de oorlog niet wist te winnen, om de Russen afhankelijk van de overheidsbureaucratie te houden, om de Westerse landen zich schuldig te laten voelen over de boycots tegen Irak. De geschiedenis bewijst dat leiders die zich onaantastbaar wanen, geestelijk bereid zijn om hun eigen volk te doen lijden – denk aan keizer Nero, die delen van zijn eigen hoofdstad platbrandde. Waarom zou dit ondenkbaar zijn voor Nederland? We zagen Mark Rutte vele ongrondwettelijke handelingen verrichten. Zoals versgekozen Kamerleden opnemen in een demissionair kabinet, veiligheidsdiensten buiten alle boeken om onderzoek laten doen naar oppositieleiders, en kritische Kamerleden trachten weg te promoveren. Slechts enkele voorbeelden.
Ook op lokaal niveau is er totalitarisme. Zo gebruikt burgemeester Ahmed Marcouch in Arnhem, de APV om openbaar vuur stoken te verbieden, om zo de Koranverbranding door Pegida onmogelijk te maken.[15] De wet verbiedt het om milieuregels in te zetten om de vrijheid van meningsuiting in te perken; de inhoud van de demonstratie mag geen rol spelen. Desalniettemin kiest hij deze koers.[16]
Dergelijke argumenten zijn er zeker en zijn ook door de wet gehuldigd. Nederland heeft een traditie van verzuiling, soevereiniteit in eigen kring, en van gewetensbezwaren bij ambtenaren. Dit bevestigt dat de morele autoriteit van de overheid niet absoluut is, maar dat aan de groepen binnen onze samenleving ruimte toekomt om binnen het wettelijk gezag, eigen morele normen te vestigen.
In coronatijd noemde advocaat Bart Maes het coronatoegangsbewijs een “apartheidspas”, die zou leiden tot “segregatie.”[17] Als het aan voorstanders van de coronapas had gelegen, dan zou Rosa Park netjes haar plek in de bus hebben afgestaan – ze had niet zo moeten zeuren, want ‘wet is wet’ en ‘regels zijn regels’. Rosa Park was een Afro-Amerikaanse burgerrechtenactiviste die in 1955 weigerde om achterin de bus plaats te nemen, zoals de rassenscheiding die destijds wettelijk verankerd was, van haar eiste. Dit verzet van Rosa Park leidde tot de Montgomery Bus Boycott, één van de verzetsacties die uitmondde in de afschaffing van rassenscheiding in de VS.
Dit voorbeeld bewijst dat het soms nodig is om wetten te breken om een maatschappelijke stemming te ontketenen waarin bestaande wetten, onder druk van de gewijzigde mores, kunnen worden herzien. Overheden die hiervoor geen ruimte bieden, zijn in de regel totalitair.
Dit laatste is ook de analyse van Hannah Arendt, bij wie we dit opmaken uit de gang van zaken rond de Berlijnse Muur, opgetrokken door de totalitaire DDR-regering om het eigen volk binnen de grenzen op te sluiten en zo het internationaal gezichtsverlies te voorkomen. In haar boek The Human Condition, stelt Arendt drie vormen van menselijke activiteit naast elkaar. Dit zijn arbeiden, maken en handelen. Alléén handelen is binnen dit bestek relevant. Zij benadrukt dat handelen – in tegenstelling tot arbeid en maken – altijd leidt tot unieke gebeurtenissen en nieuwe standen van zaken in de wereld teweegbrengt. Handelen – bij Arendt de kwintessens van het politieke – heeft drie kenmerken die tezamen bewerkstelligen dat handelen het “starten van iets nieuws” is.[18]
Wat deze drie kenmerken behelzen en hoe ze samenhangen, wordt dus bij uitstek duidelijk aan de hand van de val van de Berlijnse Muur in 1989. De mensen die in november 1989 in grote getale de publieke ruimte betraden om tegen de politieke elites van de DDR te scanderen: “Wij zijn het volk”, maakten ten eerste kenbaar dat handelen altijd samen handelen is. Handelen als los atoom, zonder op zijn minst een toeschouwer, zal geen spoor nalaten en de betekenis van de protestdaad zal verdwijnen. Handelen veronderstelt een publieke, gemeenschappelijke dimensie om impact te kunnen hebben en een maatschappelijke orde die hier geen ruimte voor toestaat, is totalitair.
Ten tweede lieten deze mensen zien dat handelen een zaal is van initiatief nemen, van iets op touw zetten waartoe je niet verplicht of genoodzaakt bent. Het zijn acties die min of meer vanuit vrije wil tot stand komen, geïnspireerd door morele principes en een wens tot zelfexpressie in vrijheid.
Uit hun opgetogen verbijstering bleek, ten derde, dat het gevolg van hun handelen – de val van de muur – niet voorzien was.Welke motieven of doelen de individuele demonstraten ook mochten hebben toen ze de straat opgingen – de rappe afbraak van de muur oversteeg de verwachtingen van zowel de actoren als de aan de tv gekluisterde toeschouwers in het Westen.
Arendt brengt het handelen dus niet terug tot het uitvoeren van een vastomlijnd plan waarbij vooropgezette doelstellingen worden gerealiseerd. Arendt stelt dat van handelen pas sprake is – en dus van politiek – als de dynamiek van het samen handelen de doelen en voorstellingen van de individuele actoren overstijgt en er iets synergetisch in het leven wordt geroepen. Het handelen zet een eenmalige en onvoorziene gebeurtenis in gang en daarmee een nieuwe stand van zaken.
Om dus ruimte te geven aan het politieke handelen, is het nodig dat de impuls vanuit de bevolking om iets vorm te geven, sterker is dan de impuls tot repressie vanuit de instellingen. Dit veronderstelt een grote mate rekkelijkheid aan de kant van wetgevers en rechters, om het volk en de volksvertegenwoordigers zichzelf te laten manifesteren.
Precies dit nieuwe en singuliere karakter van historische gebeurtenissen, maakt het begrijpen en beoordelen ervan tot een complexe praktijk die véél meer vergt dan het afmeten van handelingen en uitspraken aan regels en wettelijke procedures. Bij elke interpretatie van historische gebeurtenissen die om plaats te kunnen vinden, moesten breken met de gevestigde repressie, is het kortom de menselijke spontaniteit, als drager van élke politieke organisatievorm, die het eigenlijke onderwerp van discussie is.
Arendt wijst erop dat menselijke spontaniteit als grondslag van politieke organisatievormen, nóóit recht is te doen door enkel regels toe te passen, maar dat verbeeldingskracht hier een zeer sterke rol in speelt. Dit omvast ook situaties waarin via de verbeelding wordt stilgestaan bij scenario’s waarin de overheid, of enige machthebber over de publieke ruimte, een totalitair of overdreven repressief karakter aanneemt. Juist dít is ook waarom de Founding Fathers – grondleggers van de Amerikaanse grondwet – expliciet stilstonden bij situaties waarin de overheid tiranniek kon worden, en zij het volk de bevoegdheid toekenden om in die situaties tot spontane verzetshandelingen over te gaan.
Laat je een jurist los op de Wet Openbare Manifestaties die de specifieke jurisprudentie bekijkt, dan zul je vinden dat rechters erkend hebben dat bij demonstraties schade mag worden aangericht. Dit wordt echter verhuld in juridisch vakjargon, omdat gebruik van het woord schade botst met andere gerechtelijke uitgangspunten. De strekking is dat de wetgever erkent dat uitingen van onvrede een deels gewelddadig c.q. baldadig karakter kunnen hebben en dat juridische interpretaties van de vrijheid van expressie dit ondersteunen en ook in volatiele uitingsvormen voorzien.
De vraag “wanneer is geweld tot verzet geoorloofd?” is een reactieve vraag, die legitimiteit zoekt in discussies met de morele normen van de bestaande orde. Het is zeer betwijfelbaar of dat zin heeft. Is het namelijk überhaupt mogelijk om met de samenleving in discussie te gaan over wanneer het tijd is voor verzet? Is dat nu al? Is dat zodra je geen zeggenschap meer hebt over je eigen geld? Als je in een gaskamer of goelag terechtkomt vanwege je mening? Wat is het punt waarop we mogen zeggen: nu is het tijd? Het begint penibel te worden en er moet over gesproken kunnen worden. Juist ook om de overheid duidelijk te maken dat er een grens is, dat ze die naderen en dat ze van koers moeten veranderen, zódat de situatie geweldloos kan blijven.
Het woord ‘reactief’ is hierboven gebruikt omdat het aankaarten van het thema je namelijk al tot doelwit maakt van de elite, te verstaan als het huidige heersend repressie apparaat. De totale macht van de staat keert zich tegen je als je op de verkeerde knoppen drukt, heeft voormalig ON!-presentatrice Raisa Blommestijn aangegeven.[19] Het opwerpen van de vraag, “wanneer is verzet met geweld gerechtvaardigd”, maakt je tot iemand die uit het publieke domein verbannen wordt. Hiermee leven we reeds in die verzet-tijd, omdat je het kantelpunt niet kunt bespreken voordat het zich aandient.
Je ziet het als je het door hebt, is de juiste samenvatting van dit probleem, omdat de uitspraak niet in een externe bron morele bevestiging kan vinden, maar slechts in zichzelf. Zie de analogie van het eerder toegelichte begrip ‘handelen’ bij Hannah Arendt – dit vergt het vestigen van een eigen norm vanuit spontaniteit. Die spontaniteit is belangrijk omdat je, als je dit verzet tevoren aankondigt of zelfs maar thematiseert, ogenblikkelijk wordt vernietigd door de instellingen van het heersend gezag. Bankrekeningen zullen worden bevroren, onder meer – zo bleek al bij demonstraties van truckers in Canada.[20] Het ligt binnen de huidige prognoses dat dit ook in Europa een gangbare praktijk zal worden, het hierboven besproken voorbeeld van de digitale identiteit spreekt boekdelen.[21]
Dit alles meegewogen is het tijd om het klassieke natuurrecht opnieuw te waarderen, meer hierover in de antwoorden op de vervolgvragen. Het alternatief is namelijk positief recht: een pad dat uitmondt in het Chinese model van samenleven. In dat model heb je rechten niet van nature, maar worden ze door de machthebber tijdelijk verleend. De basisaanname is niet meer de individuele vrijheid, maar de repressie die vorm krijgt via burgerschapspunten, social credit en surveillance capitalism. Via de verklikkingmechanismen wordt iedereen gevangenisbewaarder van zijn naaste.
Met andere woorden: gaan we uit van volkssoevereiniteit, dan is de bron van de soevereiniteit uiteindelijk niet de staat maar het volk. Een clausule tot revolutie is zodoende legitiem en noodzakelijk: anders verdwijnt het concept van een staat die het volk dient, en blijkt ook de notie van een liberale rechtstaat onhoudbaar. De Amerikanen begrijpen dit en hebben om deze reden het recht om wapens te dragen vastgelegd in hun grondwet.
Grotendeels is deze vraag beantwoord in de behandeling van voorbeelden, namelijk dat van Rosa Park en de Berlijnse Muur. Echter ter nadere onderbouwing, is het belangrijk om in te gaan op onderliggende concepten, waaronder het dragende concept van het klassieke natuurrecht.
Onze bondgenoot hierin is de liberale filosoof John Stuart Mill (1806 – 1873). In On Liberty (1859) zet hij uiteen dat de uitbouw van een sterke staat op lange termijn behelst dat burgers het vermogen tot eigen initiatief verliezen. Voor kansen om te kunnen ondernemen, om zich te kunnen ontplooien en om maatschappelijk te kunnen stijgen, zal de individuele mens naar de overheid kijken. De staat zal alle activiteit van de natie overvleugelen, en de burger als individu zal afwachtend en passief worden. De administratieve bureaucratie en niet de natie – te verstaan als de vrijwillige verbanden die burgers vanuit eigen beweging vormgeven – zal bepalen wat er gebeurt.
Bij John Locke, die als liberaal filosoof een groot voorstander was van de Glorious Revolution en bij die gebeurtenis meereisde op de boot van Willem iii, de stadhouder-koning, behoudt de individuele mens altijd een innerlijke kern van onvervreemdbare vrijheid, waaruit ook het recht voortvloeit om zich te verzetten tegen een overheid die inbreekt op deze essentiële vrijheid. De Westerse traditie is er van oudsher één van bottom-up organisatie, van afdwingen dat de soeverein de individuele rechten van burgers eert, niet andersom. Denk aan het Plakkaat van Verlatinghe, de Blijde Inkomste, de Magna Carta, de Glorious Revolution en de Bill of Rights. Locke’s natuurlijke vrijheden en het recht tot revolutie gelden als laatste stok achter de deur om de mogelijkheden van individualiteit en vrijheid te behouden tegenover een machtsbeluste staat.
De eerder aangehaalde Founding Fathers voorzagen een mogelijk scenario waarin een overheid zich tiranniek kan gedragen. Daarmee is de enige remming een angst dat er vanuit de bevolking een gewelddadige verzetsbeweging kan opkomen ter verdediging van de natuurlijke rechten en vrijheden. Zo voorkomt het openlijk praten over geweld, dat de elite nóg bruter en repressiever te werk gaat. Dat is een goede zaak, want een repressie zonder remmingen zal leiden tot een veel intensere geweldsuitbarsting. Daarnaast voert het onbespreekbaar maken van geweld tot afgesloten groepen die elkaar radicaliseren in hun ideeën. Het maakt frustraties onbespreekbaar wat leidt tot een diepere verinnerlijking, en zorgt dat gewelddadige ideeën ook niet meer kunnen worden tegengesproken of genuanceerd. Een dialoog is dan onmogelijk want je hebt de ander al bij voorbaat weggezet als een monster of barbaar.
Een goed begrip van het natuurrecht veronderstelt dat we onderscheid maken tussen vier manieren om over geweld te denken. Dit zijn: [1] geweldsfantasieën, [2] geweldsverheerlijking, [3] geweld als deel van een sociaal-maatschappelijke analyse, en [4] geweld als deel van het natuurrecht.
[1] Bij geweldsfantasieën kan men denken aan SM of BDSM. Dikwijls worden ze uitgeleefd met een partner in de slaapkamer, in een sfeer van intimiteit. Hier wordt de agressie uitgeleefd omdat het publiekelijk niet kan of mag. Dikwijls is de geweldsfantasie het uitleven van een opgekropte frustratie met een deels erotisch karakter. Als je betrokkenen vraagt of dit deel van hun identiteit ook uitwerking zou moeten hebben op de maatschappelijke gang van zaken, dan is het antwoord meestal ‘nee’. Geweldsfantasieën zijn zodoende irrelevant voor de ware betekenis van deze verhandeling.
[2] Geweldsverheerlijking is door de historicus Robert Paxton kort omschreven in De anatomie van het fascisme (2005). Geweldsverheerlijking is uitdrukkelijk iets anders dan tot de sombere conclusie komen dat geweld noodzakelijk kan zijn om een vastgesteld doel te verwezenlijken. Bij geweldsverheerlijking geniet men van de spanning, het avontuur of de wreedheid die het geweld meebrengt. Denk aan de terreurgroep Islamitische Staat die steeds wredere executies uitvoerde om aandacht te generen, zichzelf relevant te houden en nieuwe psychopaten aan te trekken. Geweldsverheerlijking is voor ons irrelevant omdat het geweld daarin geen middel is tot een doel, maar een doel is in zichzelf.
[3] Geweld als deel van de sociaal-maatschappelijke analyse is niet anders dan feiten bij elkaar optellen plus een inschatting van de menselijke natuur, en daaruit toekomstscenario’s extrapoleren. Daaruit volgt niet dat je geweld goedkeurt of aanmoedigt; enkel dat je als politiek denker kunt voorzien dat geweld zal plaatsvinden. Zelfs als je geweld moreel afkeurt, dan nóg is het geweld een onvermijdelijk onderdeel van je analyse. Al is het maar omdat je nadenkt over de proportionaliteit van het geoorloofd geweld. De politie is bijvoorbeeld gemachtigd om geweld te gebruiken om meer geweld te voorkomen – dit omvat geweld met een mogelijk dodelijke afloop.
[4] Geweld als deel van het natuurrecht. Hier komt de filosoof Locke naar voren, bij wie het volk – anders dan bij Hobbes – altijd het recht op revolutie achter de hand houdt om een despotische overheid de wacht aan te zetten. Als we dit natuurrechtelijke denken over geweld loslaten, zullen we de oversteek maken naar despotie. Het Westerse denken over macht zal niet meer bottom-up zijn, maar top-down, zoals in het Chinese systeem van machtsuitoefening.
Duidelijk zal zijn dat met name [4] voor ons relevant is, want zoals eerder aangegeven slaan we, door geweld te taboeïseren, de basis weg onder het natuurrecht. We vergroten daarmee de macht van de machthebber, die het geweld uitoefent in het belang van de machthebber en niet noodzakelijk in het belang van de bevolking.
Het is namelijk de vraag of het geweldsmonopolie wel het belang van de samenleving dient, alleen al gelet op de vreedzame anti-lockdown demonstranten die door ordediensten werden weggeknuppeld en de ouders die in de toeslagenaffaire werden vermorzeld door justitie. Zodra de samenleving geen eigen geweldsmacht meer kan manifesteren tegenover de machthebber – en zelfs deze overweging taboe is – heeft de samenleving zich definitief uitgeleverd aan de staat.
Het is Locke’s wijsheid dat hij ons laat zien dat een machthebber die er geregeld bij stil moet staan dat de bevolking zich wel eens gewelddadig kan verzetten, er een groot belang bij heeft om voeling te houden met de samenleving. Het alternatief is zich terug te trekken en vanuit een eigen burcht of bubbel te heersen via repressie. Op dat moment is de machthebber geen weerspiegeling meer van de samenleving waarover men heerst.
Wat is het omslagpunt – wanneer treedt de clausule in werking van Locke’s ‘recht tot revolutie’? Wie uitgaat van natuurlijke rechten komt tot de conclusie dat er een punt bestaat waarop het sociaal contract onherstelbaar is verbroken en een revolutie legitiem is. Locke omschrijft dit in Second Treatise on Government (1690), gepubliceerd vlak nadat in Engeland de macht van het koningshuis was ingeperkt ten gunste van het parlement.
“[225] Ik antwoord dat Revoluties niet geschieden bij iedere kleine dwaling in het behartigen van de publieke zaken. Grote fouten bij zij die heersen, vele verkeerde en ontoepasselijke wetten, en alle uitspattingen van de menselijke feilbaarheid zullen worden gedragen door het Volk, zonder klacht of muiterij. Maar als een lange keten van Machtsmisbruik aan het volk duidelijk maakt wat de richting is van het bestuur, en zij goed aanvoelen waar het heen gaat; dan is het niet verwonderlijk dat er een oproer ontstaat. Zij pogen dan om de heerschappij in handen te leggen van mensen die het oorspronkelijke idee hooghouden van waar een overheid voor bedoeld is.
[226] Hier voeg ik aan toe dat deze doctrine van Macht aan het Volk om, voor hun eigen veiligheid, een nieuwe Wetgever te bekrachtigen – wanneer de vorige Wetgever hun vertrouwen zó erg heeft beschadigd en hun Bezit heeft aangetast – dan het beste afweermechanisme is tegen Rebellie. Want Rebellie is een oppositie, niet tegenover personen, maar tegenover Autoriteit überhaupt.”[22]Wel schrijft het natuurrecht voor dat het geweld zinnig, doelmatig, strategisch en tactisch moet zijn – liefst zonder onschuldige slachtoffers en met een redelijk vooruitzicht op de uiteindelijke overwinning.
Het grote probleem met deze vraag is, om Nietzsche te citeren: “Welke opinie op enig moment prevaleert is geen kwestie van waarheid maar van macht.” Stalin zei dat “de winnaar nooit wordt gevraagd of hij de waarheid wel spreekt”, en Betrand Russell verklaarde: “War does not determine who is right, only who is left.” Waarbij degene die overblijft, dus ook in de positie is om de grondvesting van de nieuwe moraal te leggen, daarbij niet langer gehinderd door tegenstanders.
Met andere woorden: een regime dat niet ten val is gebracht, is in de situatie om zijn eigen morele normen als de legitieme en juiste normen voor te stellen, te normaliseren. In een toestand waar regimes botsen – zoals het nationaalsocialistische Duitsland door een militaire confrontatie met de geallieerden ten val is gebracht – is het makkelijker om eenduidige conclusies te trekken. Ik citeer een email die ik schreef in 2019 als ECR-beleidsmedewerker over Hong Kong. Deze stad heeft lange en aanhoudende demonstraties gehad – zie de Umbrella Revolution – tegen het Chinese regime.[23] Deze email reageerde op Anna Fotyga – zij wilde een moreel statement maken en vroeg feedback:
“Dear Anna, Two reflections.
– China very much views the EU as increasingly irrelevant, meaning that they will most likely not respond to any moral persuasion unless you have a geopolitical weapon to pressure them. For instance, Taiwan is only independent because of pressure by the US fleet, which guarantees the independence of Taiwan. China sees it as simply a too big cost if they have to confront the US fleet. And so, they tolerate the independence of Taiwan because they have no choice, for now. Hong Kong, is a different story entirely.– The relative independence of Hong Kong within the Chinese system, is a matter with an end date, as designed by contract. So even if pressure can persuade China to allow the ‘one nation, two systems’ to exist for now, in the end, what can be expected? What is the geopolitical end game here? Compare this to the Middle East: 1400 years ago, almost completely Christian, today, almost completely Islamic. It seems impossible to avoid China from swallowing up Hong Kong and assimilating it, with a strategy of ‘a million drops eventually hollow out the stone’.
In essence, I find it sad for the people of Hong Kong what will happen to them: in the short or the long run, they will be assimilated into China. The EU is only getting weaker while China is getting stronger, it seems impossible to avoid it? Even if morally, we would want it to be different, I just don’t see any power present that could impact China in such a way, that China would alter its course regarding Hong Kong.”
De les hieruit is: als het te laat is, is het te laat. Het is zéér moeilijk om achteraf nog een morele conclusie te trekken uit de gang van zaken, omdat de overwinning van het regime mettertijd ook sturing geeft aan de heersende mores en het geheel van morele afwegingen waarin eerdere acties en impulsen tot verzet ethisch worden gewogen en geëvalueerd.
Een opstand tegen een regime blijft dus altijd een gok – een gambit, aldus een Engelse term met een sterkere lading. Als je niet in opstand komt, zal de situatie mettertijd ondragelijk voor je worden: je zult spijt krijgen dat je niet eerder in opstand kwam, toen er nog een kleine kans was om te winnen. Als je wél in opstand komt, is de kans groot dat je lijfelijk wordt vernietigd, maar óók zal jouw opstand aan de bevolking worden opgevoerd als een kwaadaardige en destructieve daad – jouw verzet wordt door het regime ingezet als morele instructie – het falen van het verzet is dus ook een absoluut verlies in morele zin. Enkel hij of zij die hier totáál boven staat, die in opstand komt omdat hij simpelweg niet kan voortbestaan onder het regime zoals dat is, is waarlijk geschikt voor verzet.
Toch is er ook een positief voorbeeld te noemen van een opstand die gunstig uitpakte, die de inspraak van het volk op het regime deed toenemen en de vrijheid vergrootte. Dit is de Glorious Revolution van 1688. Deze naam verwijst naar de opeenvolging van gebeurtenissen die leidden tot de afzetting van de Engelse koning Jacobus II in november 1688. Hij werd vervangen door zijn dochter Maria ii en haar Nederlandse echtgenoot, Willem iii van Oranje, die ook zijn neef was. De twee regeerden als gezamenlijke monarchen van Engeland, Schotland en Ierland tot Mary’s dood in 1694. De revolutie zelf vond plaats met nauwelijks bloedvergieten.
De pro-Franse katholieke koning Jacobus II voerde oorlogen tegen Nederland met Frans geld en luisterde nauwelijks naar het parlement. Hij gaf piraten toestemming om Nederlandse schepen te plunderen en onderdrukte protestanten in zijn eigen land. Hierop hebben de Engelse parlementsleden de Nederlandse stadhouder uitgenodigd om in te grijpen – in Engeland was er dan ook geen animo tot verzet tegen de machtsoverdracht. Het grote belang van de revolutie van 1688 ligt in het juridisch grondvesten van het idee van een contract tussen heerser en volk, een fundamentele weerlegging van de Stuart-ideologie van goddelijk recht. In december 1689 werd dit vastgelegd in de eerder genoemde Bill of Rights.
De Glorious Revolution laat dus zien dat met relatief weinig geweld, het mogelijk is om een repressief regime ten goede te keren, vanuit de grondgedachte van onvervreemdbare vrijheden.
[1] Leo Strauss, What is Political Philosophy?, (Chicago, 1988) p. 35.
[2] https://eenvandaag.avrotros.nl/item/minister-grapperhaus-drukte-avondklok-door-en-vermeed-bewust-discussie-blijkt-uit-mails/ (14/5/2024).
[3] Dirk Verhofstadt, Atheïsme als basis voor de moraal, (Antwerpen, 2013) p. 121.
[4] https://www.amnesty.nl/encyclopedie/universele-verklaring-van-de-rechten-van-de-mens-uvrm-volledige-tekst (14/5/2024).
[5] Ibidem.
[6] https://www.youtube.com/watch?v=XfbQ4ycObzM (14/5/2024).
[7] https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/kamer-wil-het-niet-maar-de-europese-digitale-identiteit-komt-er-toch~b1e6f685/?referrer=https://www.google.com/ (14/5/2023).
[8] https://boerburgerbeweging.nl/fractie/bbb-wil-spoeddebat-met-demissionair-minister-dijkstra-over-instemmen-pandemieverdrag/ (14/5/2024).
[9] Maurits Martijn, ‘De geheime diensten bedonderen ons, zegt de man die het kan weten’, De Correspondent, 5/4/2023. Bron: https://decorrespondent.nl/13987/de-geheime-diensten bedonderen-ons-zegt-de-man-die-het-kan-weten/98e8c813-b1e0-05ea-1438-1c1612ed90b8 (11/5/2023).
[10] https://deanderekrant.nl/nieuws/kabinet-negeert-vernietigend-vn-rapport-over-politiegeweld-2022-07-06 (14/5/2024).
[11] https://www.parool.nl/nederland/hoe-reeel-is-de-avondklok-in-nederland~bc717826/ (15/5/2024).
[12] P.A.J. Caljé en J.C. den Hollander, De nieuwste geschiedenis, (Utrecht 2003) p. 320.
[13] https://www.trouw.nl/duurzaamheid-economie/hoe-europees-mestbeleid-de-nederlandse-veestapel-kan-decimeren-zo-komt-de-halvering-dichtbij~b99677d4/ (15/5/2024).
[14] https://www.gelderlander.nl/home/dit-betekenen-de-stikstofplannen-voor-gelderland-halvering-veestapel-dreigt-in-veel-gebieden~aaeb130a/ (15/5/2024).
[15] https://arnhem.notubiz.nl/vergadering/1236281/Politieke%20Avond (17/5/2024).
[16] https://www.gld.nl/nieuws/8082284/koranverbranding-hoe-ver-gaan-het-demonstratierecht-en-de-vrije-mening (15/5/2024).
[17] https://www.nrc.nl/nieuws/2021/09/23/een-hele-zwik-aan-grondrechten-wordt-voor-ongevaccineerden-bij-het-grofvuil-gezet-a4059530 (17/5/2024).
[18] Hannah Arendt, The Human Condition, (Chicago/London 1958) p.177-178.
[19] https://deanderekrant.nl/nieuws/het-is-beangstigend-als-het-staatsapparaat-tegen-jou-wordt-ingezet-2024-03-30 (17/5/2024).
[20] Zie: https://www.bbc.com/news/world-us-canada-60383385 (17/5/2024) en: https://www.newsweek.com/banks-have-begun-freezing-accounts-linked-trucker-protest-1680649 (17/5/2024).
[21] https://www.dagelijksestandaard.nl/media/marianne-zwagerman-slaat-alarm-de-eu-wil-een-digitale-controlestaat (20/5/2024).
[22] Eigen vertaling van John Locke, Two Treatises on Government (1690), 225 & 226. Bron: http://press-pubs.uchicago.edu/founders/documents/v1ch3s2.html (28/9/2021).
[23] https://www.theguardian.com/world/2014/sep/30/-sp-hong-kong-umbrella-revolution-pro-democracy-protests (17/5/2024).
Hier kan je reageren op onze artikelen en een inhoudelijke bijdrage leveren. Lees ook even onze huisregels.
Om te reageren dien je eerst aan te melden.
Reageer je voor de eerste keer? Registreer je dan hier.