Dit essay is de vrucht van Sid’s geslaagde crowdfunding over ‘de aanstaande val van Nederland’. Het werk verschijnt momenteel in de vorm van een serie losse essays, die op een later moment aaneen worden gesmeed. De eerdere studies – die aan dit specifieke essay vooraf gaan – kunt u hier lezen. Deze bespiegelingen waren tot gisterochtend opgenomen onder ‘updates’ bij VoorDeKunst, op Sid’s projectpagina, maar zijn daar op mysterieuze wijze verdwenen…

Mocht u deze crowdfunding nu hebben gemist, dan kunt u Sid hier steunen via BackMe onze dank is groot!

Gezien AI een groot deel van menselijke arbeid kan vervangen, zal geld verdienen neerkomen op het oppotten van fysieke hulpbronnen en het ‘gatekeepen’ van de toegang daartoe.[1] In een geautomatiseerde en gedigitaliseerde economie, komt het uitoefenen van macht neer op het gatekeepen van toegang tot dergelijke zaken in de fysieke wereld.

Dit is dus waarom een universeel basiskomen deze schok van arbeidsautomatisering niet het hoofd kan bieden. Want mensen doen dikwijls alsof een universeel basisinkomen hét antwoord is op massale automatisering; een universeel basiskomen geeft echter geen reactie op het werkelijke knelpunt – dat is de continuïteit van privécontrole op schaarse fysieke grondstoffen. Zolang een klein aantal mensen de toegang tot land, huisvesting, water, grondstoffen en distributienetwerken kunnen monopoliseren – wat we al expliciet zien in het Chinese sociaal credietsysteem – zal een universeel basisinkomen geen enkele impact maken op deze disbalans.

Economen kennen dit klassieke probleem: als je iedereen gratis duizend euro geeft, dan stijgt de huur simpelweg met duizend euro. En dat is omdat de eigenaar van het huis nog altijd de controle heeft over het middel dat jij nodig hebt om in je levensonderhoud te voorzien. Zodoende zal die eigenaar zoeken naar een zo gunstig mogelijke uitbating.

Nu – ditzelfde probleem zet zich door wanneer arbeid drastisch aan waarde verliest terwijl toegang tot natuurlijke hulpbronnen een privéaangelegenheid blijft die via gatekeepers loopt. Een universeel basisinkomen wordt dan een transactie vanuit de schatkist naar de eigenaren van de schaarse middelen, omdat de hiërarchie van de gatekeepers in stand blijft.

Stel nu dat we een punt bereiken waarin kunstmatige intelligentie zo goed als alles kan ontwerpen en deze zaken ook met robots en 3d printers in de wereld kan brengen. Laten we stellen dat energie goedkoop is en productie ook. In zo’n situatie is het knelpunt niet meer het kennispeil of de uitputbaarheid van schaarse arbeid: nu is het knelpunt de fysieke ruimte en de fysieke bestanddelen.

In die situatie kun je dus een prompt typen waarin je je droomhuis omschrijft – en een AI zou dat huis precies kunnen bouwen. Maar dat is irrelevant als je wettelijk niet de ruimte hebt om dat huis ergens neer te zetten. Als al het land reeds in eigendom is, en de eigenaren kunnen vragen wat ze maar willen in ruil voor toegang tot dat land, dan zullen individuen altijd afhankelijk zijn van wie de fysiek schaarse middelen bezit.

Kortom: als iedereen een genereus basisinkomen zou bezitten, dan zouden de eigenaren van de fysieke bronnen simpelweg de prijzen opschroeven totdat de kosten van het bestaan dat basisinkomen totaal zouden opslokken. Niemand zou eigendom kunnen vermeerderen omdat iedereen afhankelijk blijft van de gatekeepers.

Het universeel basisinkomen richt zich dus op de symptomen van automatisering, maar het onderliggende punt is de macht van een minderheid om de toegang tot essentiële hulpbronnen te monopoliseren.

We komen dus op de discussie tussen mijzelf en Joris Bouwmeester in Huis van de Muze (2024), waar het gaat over de ‘lone wolf’ die moet losbreken uit zijn roedel om iets nieuws te stichten, om zichzelf te kunnen ontplooien. We komen op de Nietzscheaanse allegorie van ‘Het Groene Eiland’, waarbij dat eiland staat voor een openheid die niet te vinden is binnen een juridisch-bureaucratische wereld waarin alles al is ingeperkt. En dit “alles is al ingeperkt” kan uitsluitend worden opengebroken met bruut geweld, en hierom is de liberaal-Hegeliaanse verhaalstructuur over een ‘rechtstaat’ die alle conflicten bemiddelt, een illusie. Er blijft een soort essentieel revolutionaire component noodzakelijk om voor een wezenlijke doorstroom te zorgen, zoals dit bijvoorbeeld wordt uitgelegd in de film Snowpiercer (2013).

Zoals de zaken er nu voor staan – en dit raakt direct aan de levensvatbaarheid van het liberalisme – zijn maatschappijen in staat om extreme vormen van ongelijkheid te gedogen, of zelfs aan te moedigen, omdat er een breedgedeelde overtuiging heerst dat het mogelijk is om jezelf uit de armoede te werken, eigendom op te bouwen, en op een dag zelf bezitter van uitputbare hulpbronnen te worden. Dit vestigt een denkbeeld van eerlijkheid dat dit totale stelsel legitimeert.

Maar als deze brug tussen overleven en ‘hard werken’ eenmaal wordt vernietigd door nóg meer automatisering, stort deze overtuiging in. Als er geen manier meer is om “jezelf naar de top te werken”, dan loopt de logica van “ik ben de bezitter van een groot stuk van de taart omdat ik dit heb geërfd of omdat ik ergens toevallig het eerste mee was” tegen harde grenzen op. Die logica is dan niet meer te verbinden met sociale stabiliteit en morele rechtvaardigheid.

En dit leidt weer tot twee andere uitkomsten. Namelijk tot een soort Romeinse arena/Hunger Games achtige wereld. Daarin worden groepen armen tegen elkaar uitgespeeld met brood en spelen, waarbij bepaalde ‘kampioenen’ bepaalde privileges in de wacht kunnen slepen voor hun buurt of klasse, door het tegen een aantal andere ‘kampioenen’ op te nemen. De tweede uitkomst is het Chinese principe van “Let It Rot” – wat zoveel betekent als, jezelf verzetten tegen de prestatiedruk, tegen de maatschappelijke machine, door zo min mogelijk te doen en een zo lui en improductief mogelijk leven te leiden.

De maatschappelijke hiërarchieën die ontstaan in de wereld die hierboven omschreven is, zijn voor niemand aanvaardbaar behalve – misschien – voor de heersende klasse. Het zal zeer krachtige nieuwe mythen vergen om dit ook maar enigszins als moreel aanvaardbaar en politiek legitiem voor te stellen – en dan zijn we terug bij Plato en zijn ideale staat, waarover we het in dit artikel al eerder hebben gehad.

Het automatiseren komt er dus op neer dat de machtsbalans steeds verder verschuift in het voordeel van de bezitters van schaarse natuurmiddelen, zoals land. En dit is de ware uitdaging, waar het liberalisme vooralsnog weinig mee bezig is en waar ook het universeel basisinkomen niet als een ‘quick fix’ tegenover kan worden gesteld.

Als we dit beschouwen tegen de achtergrond van de werkethiek in Zuid-Amerika, dan loop je dus aan tegen hoe werkers dingen zeggen als: “Meneer, ik pak even een broodje en ga een instrument halen dat de spanning op de buizen kan meten.” Vervolgens blijven ze uren weg, en als je gaat appen, zul je dikwijls zelfs worden geghost. Het komt er dan op neer dat het probleem te complex voor ze was om op te lossen, maar dat dit niet kon worden benoemd. Iedere keer als je iemand aanneemt, is het kop of munt of dat het werk überhaupt wordt opgeleverd…

Zoomen we uit van deze situatie, dan zien we hoe globale elites de middenklasse afbreken, wat tegelijk afbreuk doet aan betrouwbaarheid en integriteit als centrale waarden binnen het maatschappelijk arbeidsethos.[2] Maar in Zuid-Amerika – waar je als Europeaan in de middenklasse, dus gelijk in de rol van ‘elite’ of althans, werkgever terechtkomt, in relatie tot de arbeiders – merk je direct hoe frustrerend de afwezigheid en uitholling van een degelijk arbeidsethos is. Wat de vraag opwerpt, hoe de afbraak van een stabiele middenklasse, het leven aangenamer maakt voor globale elites.

In de korte termijn hebben sommige elites hier profijt van, omdat een zwakke middenklasse betekent dat er maar weinig politieke verantwoording hoeft te worden afgelegd. De middenklasse is tevens het bakerpunt van social stabiliteit. Door de verzwakking van die klasse ontstaat er een gefragmenteerde, afhankelijke bevolking die weinig politieke slagkracht te berde kan brengen. Deze amorfe massa is makkelijker om te controleren, omdat ze zichzelf nauwelijks kan organiseren. Hooguit ontstaan er – ook dit heeft Plato reeds uiteengezet – volksmenners, demagogen, die ook weer kunnen worden ingezet als pionnen van elites.

[1] https://www.msn.com/en-us/news/technology/world-s-first-biomimetic-ai-robot-moya-debuts-with-92-human-like-walking-accuracy/ar-AA1VzIoN (4/2/2026).

[2] Richard Sennett, The Corrosion of Character (2000),

Steun de Nieuwe Zuil via BackMe, en blijf bijdragen zoals deze mogelijk maken! De Nieuwe Zuil is een platform voor iedereen die realisme wil verspreiden!

Delen via


Discussieer mee!

Hier kan je reageren op onze artikelen en een inhoudelijke bijdrage leveren. Lees ook even onze huisregels.

Om te reageren dien je eerst aan te melden.

Reageer je voor de eerste keer? Registreer je dan hier.

Geef een reactie

Login hier in met je gebruikersnaam en het wachtwoord dat je per e-mail ontvangen hebt.

Maak hier een gebruikersnaam aan. Na verzenden ontvang je een e-mail met je wachtwoord waarna je meteen kunt inloggen en reageren.

Nieuwe gebruiker registratie
*Verplicht veld
Nieuwe gebruiker registratie
*Verplicht veld