Deze tekst is deel van de uitwerking van Sids crowdfunding, zijn essay over het liberalisme. Sid steunen (zeer welkom én zeer nodig) kan hier via BackMe.
Hobbes, Locke en Rousseau
Gaan we helemaal naar de kern van ‘wat is liberalisme?’, dan komen we op Thomas Hobbes versus John Locke, die allebei redeneren vanuit een hypothetische natuurtoestand. Hobbes stelt dat de individuele mens in de natuurtoestand domweg te veel risico loopt om het slachtoffer te worden van geweld en willekeur van anderen: de plicht tot zelfbehoud brengt hem ertoe om zijn natuurrecht – het recht op alles wat in zijn macht ligt om desnoods met list en geweld te bemachtigen – over te dragen aan een soeverein. Locke onderschrijft die wijze waarop het ‘sociaal contract’ ontstaat. Anders dan Hobbes stelt hij echter dat er zelfs na die overdracht nog natuurlijke vrijheden zijn die de soeverein niet mag aantasten, omdat anders een recht op opstand alsnog gerechtvaardigd is. Bij Hobbes is het ‘natuurrecht’ dus een legitimatie van positief recht, terwijl het bij Locke juist een inperking is van positief recht.
Tegenover deze invulling van de natuurtoestand, staat de versie van Jean-Jacques Rousseau. Hij stelt dat de mens in de natuurtoestand volmaakter en gelukkiger was dan de mens die zich in de beschaving heeft ingevoegd en daar ‘gecorrumpeerd’ is geraakt door oververfijning en oversocialisatie. Hier voegt hij dan een verhandeling aan toe over een ‘algemene wil’, die dan weer niet gelijkstaat aan de wil van ieder individu. Dit wil dus zeggen dat er individuen mogen worden opgeofferd aan een vorm van collectiviteit.
Het interessante is dat beide invullingen zich ook historisch hebben voltrokken. De visie van John Locke werd werkelijkheid in de Glorious Revolution van 1688. De Nederlandse stadhouder Willem III besteeg de troon van Engeland en ondertekende de Bill of Rights: dit wil zeggen dat de macht van de monarch voortaan werd beperkt door de grondwet en dat welbepaalde vrijheden onaantastbaar werden verklaard. In Frankrijk daarentegen brak in 1789 de Franse Revolutie uit. Hier werd er in termen van een ‘collectieve volkswil’ gedacht en gesproken: er zijn daadwerkelijk velen aan dat concept opgeofferd. De Glorious Revolution werd gesteund door de meeste lokale notabelen en verliep vlekkeloos, terwijl de Franse Revolutie uitdraaide op een bloedige slachtpartij.
De visie van Rousseau – waarin er een zekere ‘pastorale prilheid’ c.q. ‘idyllische puurheid’ wordt verheerlijkt – heeft raakvlakken met het verhaal van de zondeval in de bijbel. Alles was goed totdat de menselijke hoogmoed en de honger naar kennis leidden tot verval en verderf. In het cultuurmarxisme keert deze kritiek zich tegen de rede überhaupt: tegen de toepassingen van techniek, de wetenschappelijke methode, en het vermogen van de mens de natuurlijke wereld aan zich aan te passen. Dat alles wordt benoemd als ‘kolonialisme’, ‘Herrschaft’, ‘imperialisme’, ‘kapitalistische accumulatiedrang’, enzovoorts. Zogenaamde ‘onbedorven’ volkeren worden verheerlijkt: de Derde Wereld komt op de plek van de onbevlekte ontvangenis.
Cultuurmarxisme
Een mens heeft echter geen klauwen zoals een tijger of een vacht als een beer: ook weten we niet ‘van nature’ welke planten en paddenstoelen we wel en niet kunnen eten zonder gevaar. We zijn dus aangewezen op studie, verstand, en het aanpassen van de natuurlijke leefwereld, om als soort überhaupt te kunnen overleven. De cultuurmarxistische denktrant keert zich tegen het verstandelijk vernuft en daarmee keert de mens zich tegen de eigen aard. Dit leidt per definitie tot zelfhaat en improductiviteit, wat de ondergang van een beschaving veroorzaakt.
Als je het cultuurmarxisme als ‘kind’ van het liberalisme ziet, dan zou je kunnen stellen dat het liberale vermogen om de wereld een stukje beter te maken dan je haar aantreft, uiteindelijk zelf doelwit wordt van ideologische aanvallen. Maar het liberalisme is eerder blijmoedig en optimistisch, terwijl het cultuurmarxisme pessimistisch en zelfs anti-rationeel is.
Het feit dat we ons vanuit de kritische rede kunnen verhouden tot alles wat ons gegeven is, dat we daar vanuit reflectie een kritische positie tegenover kunnen innemen, dikwijls met het oog op innovatie en verbetering – dat feit zelf wordt doelwit van haat en kritiek binnen het cultuurmarxisme.
Voor wie de link tussen Karl Marx en Jean-Jacques Rousseau niet ziet: het marxisme bevat een sterk nostalgische component die de morele ammunitie is waar de marxisten zich in de praktijk op beriepen toen zij ageerden tegen de kapitalistische ongelijkheid en het industriële productieproces. In de tekst ‘Over het joodse vraagstuk’ (1843) citeert Marx letterlijk uit de verhandeling van Rousseau over het sociaal contract en stelt hij dat hij diens collectivistische interpretatie integraal overneemt. Het verheerlijken van mensen die (deels) buiten het beschavingsproces gebleven zijn – voor Rousseau is dit proces de bron van al het kwaad – past ook goed in de links-marxistische strategie om nieuwe strijders te winnen onder immigranten, gastarbeiders en moslims, nadat de gewone arbeider in het Westen was afgehaakt van de marxistisch-revolutionaire koers.
Het cultuurmarxisme zegt zelfs dat het verhaal van Odysseus en de sirenen, zoals Homerus dit heeft overgedragen, het begin is van Herrschaft. Odysseus liet zich vastbinden aan de mast, zodat hij de zang van de sirenen kon horen, maar hij had de situatie tevoren zó ingericht dat hij er niet naar kon handelen. Met deze interpretatie wordt één van de canonieke oerverhalen in de Westerse geschiedenis als verdorven verklaard.
In mijn analyse kunnen we liberalisme en cultuurmarxisme niet in elkaars verlengde schuiven, omdat de zojuist aangehaalde vorm van diepe culturele zelfhaat wezensvreemd is aan het moderne liberalisme. Het moderne liberalisme zou eerder benadrukken hoe de Westerse traditie allerlei goede zaken aan de wereld heeft toegevoegd. Zoals het verhogen van de levensstandaard door wetenschappelijk onderzoek, ruilhandel en het kapitalistische productieproces, aangevuld met het afschaffen van slavernij en uitdragen van universele mensenrechten.
Een liberaal zou bijvoorbeeld de uitvinding van vaccinaties verdedigen, als voorbeeld van hoe Westerse wetenschap ook bevorderlijk is geweest voor de rest van de wereld. De cultuurmarxist zou dit eerder interpreteren als het streven om dat deel van de wereld onderhorig te maken aan het wetenschappelijk-industriële complex.
Steun Sid via BackMe – hij dankt zijn donateurs bij elke stap die hij zet!
Hier kan je reageren op onze artikelen en een inhoudelijke bijdrage leveren. Lees ook even onze huisregels.
Om te reageren dien je eerst aan te melden.
Reageer je voor de eerste keer? Registreer je dan hier.